ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Jezus broers

(Zie ook Knekelkist  van Jakobus de rechtvaardige)

Jezus had inderdaad broers (en ook zusters). Hun namen worden genoemd in Marcus 6:3 : Jakobus, Jozef, Judas en Simon.

Wel neefs, geen broers? 

De rooms-katholieke kerk is van mening dat Jezus geen broer had, omdat Maria altijd maagd is gebleven.Die broers worden op verschillende plaatsen genoemd. Bij het eerste optreden van Jezus in Kana (Joh.) en ook kort na de hemelvaart van Jezus.

Verschil volgorde

 Maar let eens op het verschil in volgorde tussen de broers en de discipelen.  In Kana ging het om een bruiloftsfeest. Het huwelijk dat voltrokken werd vond blijkbaar plaats onder de naaste familieleden van Maria. Daarom gaat in Joh. 2:12  Maria voorop met haar zoons en dan volgen de discipelen (Daarna daalde hij af naar Kafarnaüm, Hij zijn moeder en zijn broers en zijn discipelen). De discipelen komen hier dus achteraan.

Familiefeestje

 Ze zijn wel hartelijk welkom, maar het gaat toch om een familiefeestje. Als kort na de hemelvaart van Jezus weer een groot gezelschap bijeenkomt, worden de discipelen als apostelen met naam en toenaam alleréérst genoemd.

Er ontstaat een andere situatie. De rollen zijn omgekeerd. De discipelen gaan voorop en hun namen worden voluit en het eerst genoemd. Bij hen berust immers de leiding van de samenkomst. Ze hebben zich allen, Jakobus incluis aan het gezag van de apostelen onderworpen.

Wie was deze Jakobus?

 

In de lijst der twaalven komen twee Jakobussen voor. Jakobus, de broer van de apostel Johannes ( de zoon van Zebedeüs) en Jakobus, de zoon van Alfeus. Jakobus de broer van Johannes is reeds vroeg door Herodes met het zwaard ter dood gebracht (Hand. 12:2)

Geen apostel 

Jakobus de broer van Jezus staat er dus niet bij. Hij is ook nooit apostel geweest, maar wel de geestelijke leider van de zogeheten oudsten te Jeruzalem. Dat was een college vooraanstaande Joodse christenen in Jeruzalem. Onbetwist heeft hij de leiding gehad onder deze oudsten. Paulus noemt hem zelfs een steunpilaar (Gal. 2:9). Hij wordt  tegenwoordig wel eens de stiefapostel genoemd. Hij zal er zeker wel last van gehad hebben dat hij in de open gevallen plaats van Judas niet tot apostel is gekozen. Matthias is het geworden en hij heeft het twaalftal weer aangevuld en niet Jakobus. Jakobus had zich in een bijzondere zin aan God gewijd en onthield h zich van de vrucht van de wijnstok Hij was een Nazireeër (Num 6).

Zorg over Paulus

Jakobus was eerst bang dat Paulus christenen uit de joden en christenen uit de heidenen op één lijn zou stellen. En zijn juist de joodse christenen niet de dragers van Gods beloften? Zij zijn het toch die de zogenoemde zware geboden onderhouden? De christenen uit de heidenen onderhouden slechts de 'lichte'' geboden. Op de vergadering in Jeruzalem was duidelijk afgesproken, dat zij zich alléén dienden te onthouden van wat de afgoden geofferd was, van h et verstikte en bloed en bloedschande. (Hand. 15:20).  Ze hoefden zich dus niet te laten besnijden. Het heil was natuurlijk ook voor de heidenen, maar de Joden waren eersterangs burgers van het Koninkrijk van God. Jakobus meende dat vanuit Jeruzalem de wereldwijde organisatie van de kerk zou moeten worden uitgebouwd onder leiding van de oudsten. En was hij niet de leider van de oudsten? En was Jezus niet zijn broer? En een nakomeling van David? Zal de Heer niet juist in Jeruzalem het vervallen koningschap van David weer oprichten?

Teleurstelling bij het kruis

Ik vermoed dat het derde kruiswoord van Jezus hem volkomen heeft verrast. Terwijl nota bene tante Salomé, Maria van Kleopas en Maria van Magdala er bij stonden, had Jezus als oudste zoon van Maria niet hém aangewezen om na Jezus' kruis dood voor Maria te zorgen, maar zijn neef Johannes! Iedereen in de familie – zo dacht Jakobus wellicht – had heel goed in de gaten dat Jezus hem passeerde toen hij tot Johannes zei "Zie uw moeder (Joh.  19:26)

 Was hij niet de oudste zoon?

Was hij na de dood van vader Jozef en na de dood van zijn oudste broer niet de oudste zoon? Het was in Israël toch ongehoord dat niet de oudste zoon, maar iemand uit de wijdere familiekring werd aangewezen om voor Maria te blijven zorgen?

In vele gesprekken met Maria en de discipelen was bij hem toch eindelijk het besef doorgebroken dat Jezus de verwachte Messias was en dat de geloofseenheid boven de familieband ging. Had Jezus zelf ook niet eens gezegd: Wie de wil doet van mijn vader die in de hemelen is, die is mijn broeder en zuster en moeder (Matth. 12: 50)?

Vacature niet door hem vervuld


Toch zal het hem pijn gedaan hebben dat hij niet de vacature van de apostelen had mogen vervullen die ontstaan was door het verraad van Judas (Hand.  1 : 23). Matthias was het geworden en niet hij, Jakobus, de broeder des Heren!

Eerst vijandig en geen volgeling

Diep in zijn hart zal hij wel beseft hebben dat dit terecht was omdat hij niet van af het begin van Jezus' optreden tot de discipelen van Jezus had behoord. Waarom wees Jezus Johannes aan om voor moeder Maria te zorgen? Wel, Hij wilde daarmee te kennen geven dat de geloofsband belangrijker was dan de band van het bloed en Johannes was de discipel die méér dan anderen de geheimen van Gods openbaring had verstaan.De broers van Jezus waren oorspronkelijk vijandig ten opzichte van Jezus. Ze namen een loopje met Hem. 

Geloofsband belangrijker dan van van het bloed

Evenals  de inwoners van Nazaret zullen ze gedacht hebben Hij moet niet zoveel pretenties hebben.  Maar ook in het leven van de broers kwam de radicale verandering.Over hun bekering schrijft Lucas niet.  Het is mij opgevallen dat zij met nadruk  genoemd worden als na de dood van Jezus, de discipelen, Maria en enige vrouwen bij elkaar komen in een zaaltje in Jeruzalem. Zie Hand.1: 14. Maar zij worden in deze tekst als laatsten genoemd. Dat Jakobus niet gekozen werd als apostel was voor de christenen uit de Joden geen belemmering geweest om hem aan te wijzen als leider van de oudsten.

Na vergadering grote invloed

Vooral na de vergadering in Jeruzalem (Hand.  15) was hij iemand met grote invloed geworden. Onder zijn leiding waren duizenden joden tot geloof in de Christus gekomen.

Toch maakte Jakobus zich wel eens zorgen over Paulus. Was hij in Antiochië niet fel van leer getrokken tegen Petrus, toen deze na de komst van de oudsten uit Jeruzalem de voorschriften voor het kosjer eten zorgvuldig in acht nam? Was die Paulus wel zo trouw in het bewaren van de erfenis der vaderen? Dat zal die Jakobus zeker gedacht hebben. Jakobus heeft het als zijn taak gezien zich voor het werk van Jezus in te zetten. Daarom richtte hij in Jeruzalem een raad der oudsten op.

Jezus is toch hem verschenen

 

Van Paulus vernemen wij dat hem ook een verschijning van de opgestane Heer te beurt  is gevallen en dat hij met Petrus en Johannes tot de steunpilaren van de gemeente gerekend werd. 

Na het martelaarschap van Stefanus  worden juist de hellenistai, dat zijn de Joden die uitsluitend Grieks spraken vervolgd, onder anderen door Saulus. Daardoor zijn duizenden van hen gevlucht en kregen de Hebreeuwse joden een steeds grotere machtspositie. Zo werd ook de positie van Jakobus veel sterker in Jeruzalem.