ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ

Jodendom

Open / Sluit fotoboek


Jodendom

 

Twee soorten Jodendom

Je had in de eerste eeuw na Chr. twee soorten Jodendom.

Het Talmoed-Jodendom en het Diaspora-Jodendom.

 

Talmoed

 

Het Talmud- Jodendom was de geestelijke nakomelingschap van het Palestijnse Jodendom.

Dat deed de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta in de ban en verzweeg de naam van de grote Joodse filosoof Philo.

Dat Jodendom wilde de Griekse invloeden verre houden. Ze schiep een cocon om de joodse religie te laten overleven.

Diaspora

Het Diaspora-Jodendom daarentegen (het joden in de verstrooiing) zette zijn deuren open voor de proselieten en wilde zich niet onder het rabbinaat van Jeruzalem laten brengen.

Bij de Diaspora-joden was de Griekse invloed groot.

Een eeuw geleden kwam er een reveil in het Jodendom. Door de wijsgeren Buber en Rosenzweig werd de NAAM van God weer in het middelpunt geplaatst. Die Naam was geen onthulling van Gods eigenschappen of openbaring van Gods wezen. Die naam was veel meer een gebeuren, een betoon van geest en kracht. Hij is een God die wonderen doet.

Ik-Gij-relatie

Nu wordt ‘ik-Gij relatie’ centraal, de correlatie, de samenwerking tussen God en mens. De mens is partner van God in het volgen van de Tora.

De correlatiegedachte (samenwerking God en mens) is  echter niet wezenlijk voor Tora en profeten. Zelfs in het Verbond (berith) is God niet afhankelijk van Israël.

God zei niet tot Abraham:"Abraham, zullen we samen een verbond sluiten?"

Nee, Hij zei Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u. Het initiatief ging van God uit

Het optreden van Jezus viel buiten het denkraam en het voorstellingsvermogen van Joden en Grieken.

Jezus is een werkelijkheid waarvoor in het joodse geloof woorden en beelden ontbreken.

De verwondering over Hem ontbreekt. (zoals in Matth. 8:27)

Wat voor iemand is deze dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?

Tsaddik

Jezus was voor hen slechts één van de vele joodse rechtvaardigen. Een tsaddik.  Meer niet.

Jezus viel buiten het denkraam en het voorstellingsvermogen van Joden en Grieken. Het “meerdere” , wat het evangelie tot besorah (goddelijke heilstijding), troostboodschap maakt bleef voor hen verborgen (Joh. 1 : 10)